Peter Lassooy in zijn moestuin

Al vanaf mijn 25e heb ik een groentetuin. Toen de kinderen klein waren nam ik ze mee. Ze haalden water uit de sloot en ik probeerde ze een beetje liefde voor de natuur bij te brengen. Tevergeefs. De groene hel noemden ze het. Nooit hebben ze er iets mee gedaan. Tot het Coronavirus opdook. Zoon Paul belde zeer verontrust: ‘pap, het wordt een ramp, straks is er geen groente meer te koop of mogen we de deur niet meer uit. Ik wil mijn eigen groente gaan verbouwen, maar hoe ga ik dat doen?’ Tja, wilde ik zeggen, dan had je destijds maar op moeten letten. Maar nee, het leek me toch beter om hem te helpen. Eerst maar eens inventariseren. Welke groente vind je lekker, hoeveel ruimte heb je, hoeveel kennis heb je? Ik begon enthousiast te vertellen over wisselteelt, compost maken, zaaien, uitdunnen, bemesting… ‘Ho maar’ riep ie, veel te ingewikkeld. ‘Goed, dan gaan we het stap voor stap doen’, zei ik. ‘Elke dag een lesje dan heb je deze zomer een aantal smakelijke groenten’. Het idee was geboren. Een cursus moestuin voor in de achtertuin.